Elmira Nijhuis, zelfstandig organisatieadviseur, promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het onderwerp psychologische veiligheid in bestuurlijke en managementteams. Haar persoonlijke ervaringen hebben een belangrijke rol gespeeld in haar interesse voor leiderschap, groepsgedrag en psychologische veiligheid.
Een van haar eerste herinneringen gaat terug naar haar vierde jaar. In de zandbak sprong een meisje tussen de andere kinderen en riep dat zij de baas was en dat iedereen een zandkasteel moest bouwen. Hoewel Nijhuis hier eigenlijk iets van wilde zeggen, deed ze dat niet. Wat haar vooral bijbleef, was dat iedereen zich zonder protest aanpaste aan het meisje. Deze ervaring vormde later de basis voor haar fascinatie voor negatief leiderschap en de manier waarop mensen zich als volgers gedragen.
Ook op de middelbare school zag Nijhuis hoe groepsgedrag en macht invloed hebben op mensen. Er waren verschillende groepjes en zij probeerde zich niet volledig bij één groep aan te sluiten. Ze kwam soms op voor kinderen die minder populair waren en sprak populaire leerlingen aan op hun gedrag. Hierdoor kreeg ze zelf ook regelmatig te maken met negatieve reacties. Daarnaast werd ze zelf buitengesloten omdat ze geen dure merkkleding droeg. Deze ervaringen maakten haar gevoelig voor interacties en situaties waarin mensen zich niet vrij voelen om zichzelf te zijn of hun mening te geven.
Later in haar loopbaan maakte Nijhuis opnieuw een ervaring mee waarin psychologische veiligheid ontbrak. Tijdens haar eerste Raad van Toezicht kon ze een vergadering niet goed volgen, omdat alles snel ging. Toen ze vroeg om terug te gaan naar een eerder besproken punt, reageerde de voorzitter spottend dat het daarvoor te laat was. Nijhuis voelde zich hierdoor de mond gesnoerd. Ze was op dat moment bovendien de jongste en enige vrouw in de groep. Achteraf vroeg ze zich af waarom niemand anders iets zei. Volgens haar durfden anderen zich waarschijnlijk ook niet uit te spreken.
Deze ervaringen leidden ertoe dat Nijhuis zich steeds meer ging verdiepen in psychologische veiligheid. Ze begon haar carrière met het begeleiden van teams van kennisintensieve professionals, maar richtte zich later vooral op management- en bestuursteams. Het viel haar op dat mensen zich juist hoger in organisaties vaak minder vrij voelen om open met elkaar te praten. Daarom besloot ze onderzoek te doen naar psychologische veiligheid.
Psychologische veiligheid betekent volgens Nijhuis dat teamleden zich durven uit te spreken, omdat ze erop vertrouwen dat anderen zich niet tegen hen zullen keren. Daarbij staat niet alleen het eigen belang centraal, maar ook het belang van het team en van collega’s. Een gebrek aan psychologische veiligheid kan leiden tot slechtere prestaties, maar heeft ook gevolgen voor het welzijn van medewerkers. Mensen kunnen angst, somberheid, eenzaamheid en onderdrukte boosheid ervaren.
Uit haar onderzoek komt vooral naar voren dat psychologische veiligheid tijd en aandacht vraagt. Teams moeten langzamer werken en bewust tijd maken om elkaar te leren kennen en naar elkaar te luisteren. Hoewel dit eenvoudig klinkt, gaat het in de praktijk vaak mis doordat urgente werkzaamheden voorrang krijgen. Niet alleen teamleden, maar vooral ook leidinggevenden hebben hierin een belangrijke verantwoordelijkheid.
Nijhuis ziet psychologische veiligheid uiteindelijk als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Door aandacht voor elkaar, open communicatie en het durven ingrijpen wanneer iemand wordt buitengesloten, kunnen teams een omgeving creëren waarin mensen zich vrij voelen om zich uit te spreken.